
De Nederlandse consumentenmarkt voor meubelen heeft tussen 2019 en 2026 een uitzonderlijk dynamische periode doorgemaakt. Binnen enkele jaren veranderde de markt van een situatie met sterke groei en hoge vraag naar woonproducten, naar een fase waarin consumenten terughoudender werden door inflatie, stijgende woonlasten en veranderend bestedingsgedrag. De belangrijkste conclusie is dat de markt in nominale omzet relatief sterk bleef, maar dat het verkochte volume na de coronaperiode duidelijk onder druk kwam te staan. Van uitzonderlijke groei tijdens corona naar normalisering en voorzichtig herstel.
De situatie vóór corona (2019)
Voor de coronaperiode bevond de Nederlandse woonbranche zich in een relatief stabiele groeifase.
Belangrijke factoren waren:
• een relatief sterke woningmarkt;
• groeiend aantal huishoudens;
• stijgende huizenprijzen;
• consumenten die investeerden in woningverbetering;
• toenemende aandacht voor interieur en design.
De meubelmarkt profiteerde hiervan. Vooral het midden- en hogere segment groeide door consumenten die bereid waren meer te betalen voor:
• comfort;
• kwaliteit;
• design;
• maatwerk.
De consument zag een bankstel steeds minder als puur gebruiksartikel en steeds meer als onderdeel van de totale woonbeleving.
Corona: een ongekende impuls voor de woonbranche (2020–2021)
De coronaperiode zorgde voor een uitzonderlijke verschuiving in consumentenbestedingen. Doordat:
• vakanties beperkt werden;
• horeca gesloten was;
• thuiswerken massaal toenam;
• consumenten meer tijd thuis doorbrachten;
verschoof een deel van het beschikbare budget naar de woning.
De woonbranche profiteerde sterk van deze ontwikkeling.
Consumenten investeerden in:
• comfortabele banken;
• thuiswerkplekken;
• eetkamerstoelen;
• woonaccessoires;
• verbouwingen.
Volgens het CBS groeide de omzet van winkels in meubels en woninginrichting in 2021 aanzienlijk ten opzichte van het voorgaande jaar. De gehele detailhandel profiteerde dat jaar van een uitzonderlijke consumptieverschuiving richting goederen. (CBS, StatLine Detailhandel)
Voor meubelen betekende dit:
• hogere ordervolumes;
• langere levertijden;
• productieproblemen;
• druk op logistieke ketens.
Het einde van de corona-periode (2022)
Vanaf 2022 veranderde het economische klimaat snel. De belangrijkste oorzaken:
Inflatie
De inflatie liep sterk op door onder andere:
• energieprijzen;
• grondstoffen;
• transportkosten;
• geopolitieke onzekerheid.
Voor meubelproducenten betekende dit hogere kosten voor:
• hout;
• schuim;
• staal;
• textiel;
• leer;
• energie.
Deze kosten werden gedeeltelijk doorberekend aan consumenten.
Verschuiving van consumentenbestedingen
Toen consumenten weer meer mogelijkheden kregen om:
• te reizen;
• uit eten te gaan;
• evenementen te bezoeken;
verschoof een deel van de uitgaven weg van producten voor het huis.
De uitzonderlijke vraag uit 2020 en 2021 bleek deels een vervroegde aankoopgolf te zijn geweest.
Veel huishoudens die normaal gesproken in 2022 of 2023 een nieuwe bank zouden kopen, hadden dat al eerder gedaan.

2023: druk op volumes ondanks hogere omzet
Het jaar 2023 stond in het teken van normalisering. De omzet in de woonbranche bleef op een relatief hoog niveau, maar dit werd mede veroorzaakt door hogere verkoopprijzen.
Een belangrijk onderscheid:
Omzetgroei is niet gelijk aan volumegroei
Een winkel kan bijvoorbeeld meer omzet behalen doordat:
• een bank duurder wordt;
• transportkosten worden doorberekend;
• materialen duurder zijn geworden.
Dit betekent niet automatisch dat meer banken zijn verkocht.
Voor de meubelbranche was vooral zichtbaar:
• minder bezoekers met directe koopintentie;
• langere aankoopbeslissingen;
• meer prijsvergelijking;
• grotere nadruk op aanbiedingen.
2024: moeilijke marktcondities
2024 was voor veel woonbedrijven een uitdagend jaar. Belangrijke factoren:
Afnemende verhuisdynamiek
De woningmarkt bleef relatief krap. Minder verhuizingen betekent minder natuurlijke momenten waarop consumenten nieuwe meubels aanschaffen. Een verhuizing is traditioneel één van de belangrijkste triggers voor de aankoop van:
• banken;
• kasten;
• tafels;
• complete woonprogramma’s.
Hogere financieringslasten
De hogere rente maakte consumenten voorzichtiger met grote uitgaven. Een nieuwe bank van enkele duizenden euro’s vraagt vertrouwen in de financiële situatie van een huishouden.
Meer focus op prijs-kwaliteit
Consumenten gingen kritischer kijken naar:
• levensduur;
• garantie;
• materiaalgebruik;
• onderhoud.
Dit bood kansen voor aanbieders die kwaliteit goed konden uitleggen.
2025: eerste tekenen van herstel
Vanaf 2025 werd de situatie geleidelijk positiever. Volgens het CBS lieten winkels in meubels en woninginrichting in meerdere maanden omzetgroei zien ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze groei moet echter genuanceerd worden geïnterpreteerd. Een deel van de omzetgroei komt door hogere verkoopprijzen, duurdere producten en inflatie-effecten. De markt is dus herstellend, maar niet terug op het uitzonderlijk hoge volumeniveau van de coronajaren.
Verwachting 2026: voorzichtig optimisme
Voor 2026 verwachten verschillende sectoranalisten een verdere verbetering. Factoren die positief werken zijn het herstel van de woningmarkt, de verbetering van de koopkracht en een uitgestelde vervangingsvraag. Veel consumenten hebben een aankoop uitgesteld zoals een bank die eigenlijk vervangen moest worden, een versleten fauteuil of een verouderd interieur. Deze vervangingsvraag kan de komende jaren voor extra omzet zorgen. ING verwacht voor winkels in woninginrichting in 2026 een omzetgroei van ongeveer 3%. Daarbij wordt vooral gerekend op herstel vanuit de woningmarkt en verbetering van consumentenbestedingen. (ING Research, sectorverwachtingen retail)
-
Zitmeubels Marktmonitor 2026
€495,00




